Ga naar hoofdinhoud

Inspiratie

Externe concepten en patronen uit de softwareontwikkeling die het project hebben gevoed.

  • Bi-temporaliteit – het principe dat gegevens langs meer dan één tijdas worden vastgelegd: geldigheidstijd en systeemtijd.
  • 6NF (zesde normaalvorm) – de verst doorgevoerde normalisatie van het relationele model tot op het niveau van losse informatieatomen.
  • Fact-based modeling (ORM, FCO-IM, NIAM) – een familie van modelleermethoden die een domein beschrijft in elementaire feittypen in plaats van entiteiten met attributen.
  • Grafen – een structuur van nodes en edges, zonder vaste vorm, waarmee recursieve beweringen zich elegant laten uitdrukken.
  • RDF en RDF-star – het W3C-datamodel voor gegevens als graaf en de uitbreiding die annotaties op individuele triples mogelijk maakt.
  • OntoUML – een UML-profiel dat klassen typeert naar hun ontologische aard met een onderscheid tussen rigide en anti-rigide typen.
  • CQRS – CQRS staat voor Command Query Responsibility Segregation, een architectuurpatroon dat de verantwoordelijkheden voor het verwerken van commando's en het ophalen van gegevens scheidt.
  • Domain-driven design – Domain-driven design (DDD) is een methodiek waarin de nadruk ligt op het businessdomein en een domein gedreven ontwerp.
  • Event sourcing – Event sourcing is een architectuurpatroon dat stelt dat events – de wijzigingen – worden vastgelegd en gebruikt als de bron van data in een systeem.