Ga naar hoofdinhoud

Aandachtsgebieden

Als we registers werkelijk capabel en betrouwbaar willen maken, moeten we vanaf het eerste ontwerp met een aantal belangrijke aandachtsgebieden rekening houden.

Deze aandachtsgebieden worden hieronder in algemene zin beschreven. In de hoofdstukken hierna beschrijven we hoe ze specifiek doorwerken in het gevolgenjournaal en de leveringenstaat.

Terugmelden

Terugmelden is het proces waarbij een afnemer van gegevens aan de bronhouder meldt dat hij twijfelt aan de juistheid van geleverde gegevens.

De term is afkomstig uit het stelsel van basisregistraties. Binnen dat stelsel zijn overheidsorganisaties verplicht twijfel over de juistheid van gegevens aan de bronhouder te melden.

Functioneel is het principe echter breder toepasbaar: overal waar gegevens worden gedeeld tussen een beheerder en afnemers, kan terugmelden als mechanisme dienen om de kwaliteit van die gegevens gezamenlijk te bewaken.

Onderzoeken

Na een terugmelding moet de bronhouder beoordelen of de gemelde twijfel gegrond is. Daartoe onderzoekt hij of de betreffende projectie inderdaad onjuist is, en zo ja, of die onjuistheid te herleiden is naar een of meer onjuist geregistreerde gevolgen - en mogelijk andere daarvan weer afgeleide projecties.

Dit onderzoek vindt plaats buiten het register, bijvoorbeeld in een zaaksysteem of ander procesondersteunend systeem. Gedurende het onderzoek kunnen in het register wel indicaties van twijfel worden aangebracht, zodat afnemers weten dat over de juistheid van bepaalde projecties of gevolgen onderzekerheid bestaat.

Corrigeren

Wanneer het onderzoek onjuistheden aan het licht brengt, corrigeert de bronhouder de betrokken gegevens.

Verwerkingsverantwoording

Een betrouwbaar register legt niet alleen vast wat er is gebeurd, maar ook waarom en hoe dat is gebeurd. Deze contextinformatie hoort bij het aspect dat we verwerkingsverantwoording noemen. Verwerkingsverantwoording stelt afnemers in staat de betekenis en herkomst van een gegeven te beoordelen, en maakt het mogelijk fouten te herleiden en te herstellen. Verwerkingsverantwoording valt in drie onderdelen uiteen:

  1. aanleiding
  2. legitimering
  3. verklaring

Aanleiding

De aanleiding beschrijft wat de productie van een gevolg in gang heeft gezet. In veel gevallen is dat een eerder in de keten geproduceerd gevolg. Als zo'n voorliggend gevolg ontbreekt, is de aanleiding gelegen buiten de overheidscontext, bijvoorbeeld in een handeling of melding van een burger of bedrijf.

Legitimering

Met legitimering bedoelen we het wettelijk of beleidskader dat diende als grondslag voor de productie van een gegeven.

Verklaring

Met de verklaring wordt duidelijk gemaakt op welke manier het legitimerende kader in een specifieke situatie is gehanteerd. Denk daarbij aan informatie over toegepaste procedures, versieaanduidingen van gebruikte algoritmes of de motivatie van een ambtenaar die op basis van discretionaire bevoegdheid van een norm afweek.

Geldigheid

Geldigheid beschrijft wanneer en op wiens gezag iets 'gold' of beschouwd werd als 'juist' of 'waar'.

Geldigheid wordt bepaald door het administratieve domein dat gegevens registreert. In tegenstelling tot de registratiecontext is geldigheid een onveranderlijk of 'intrinsiek' onderdeel van hetgeen geregistreerde gegevens beschrijven. Gegevens die in meerdere registers gedupliceerd zijn, hebben als logisch gevolg hiervan in ieder van die registers dezelfde geldigheid.

Geldigheid als administratief construct

Hoewel het woord 'intrinsiek' anders kan doen lijken, is geldigheidstijd een administratief construct. Niemand zal kersverse ouders immers een kaartje sturen om te ze te feliciteren met de nieuwverworven geldigheid van hun pasgeboren baby. In de 'echte' wereld, waar de dingen die we met behulp van gegevens beschrijven daadwerkelijk bestaan, komen we dus hooguit gebeurtenissen tegen die aanleiding geven om gegevens in administratieve context als geldig te gaan beschouwen. In het geval van een persoon kan dat een geboorte zijn, maar bijvoorbeeld ook een immigratie als iemand pas op latere leeftijd in beeld komt van 'onze' administratieve werkelijkheid. Overlijden zou aan de andere kant een reden kunnen zijn om de geldigheid van een persoon te beëindigen.

Registratiecontext

Registratiecontext beschrijft wanneer en door wie - welke medewerker of afdeling - iets is vastgelegd.

In tegenstelling tot geldigheid is de registratiecontext niet onverbrekelijk gebonden aan een set gegevens. De registratiecontext wordt ten opzichte van daarvan daarom ook wel als 'extrinsiek' beschouwd.

De registratiecontext wordt bepaald en vastgelegd door het systeem waarin gegevens worden bijgehouden. Dit kan een IT-systeem zijn, maar ook het sociotechnische systeem waarin mensen en IT-systemen samenwerken om taken uit te voeren. Dit betekent dat gegevens die in meerdere systemen zijn vastgelegd, in ieder van die systemen verschillende registratiecontexten hebben.

Bespiegeling over tijd

De aandachtgebieden geldigheid en registratiecontext zijn sterk verbonden met het concept tijd. Over dit onderwerp in relatie tot registers zijn boekenkasten vol geschreven. Daarin worden eindeloos veel verschillende 'tijdsoorten' of 'tijdsassen' genoemd. Binnen deze handreiking maken we primair onderscheid op basis van wie of wat de waarde van een tijdstip of periode bepaalt.

Bij domeintijd wordt de temporele waarde bepaald op basis van de werkelijkheid, de regelgeving of de bestuurlijke context waarbinnen een registratie werkt. Geldigheidstijd is het bekendste voorbeeld, maar ook 'event occurence time' - het tijdstip waarop een gebeurtenis plaatsvond - valt hieronder, evenals juridische inwerkingtredingsdata of beslistermijnen. Domeintijd is intrinsiek, dus onlosmakelijk onderdeel van en verbonden met de gebeurtenis of toestand die een registratie beschrijft.

Bij systeemtijd wordt de waarde bepaald door het IT- of sociotechnische systeem dat gegevens verwerkt en opslaat. De registratietijd is hiervan het enige voorbeeld: het systeem legt vast wanneer een gegeven beschikbaar kwam, ongeacht wat er inhoudelijk is gebeurd. Systeemtijd is daarmee per definitie extrinsiek; het zegt iets over de verwerking van een registratie binnen een systeem, maar niets inhoudelijks over de gebeurtenis of toestand die een registratie beschrijft.

Zekerheid

Met zekerheid bedoelen we de mate waarin een registratie als feitelijk juist wordt beschouwd. Zekerheid is om twee redenen geen eenvoudig begrip. Ten eerste is het gradueel: een registratie kan geverifieerd en onbetwist zijn, maar ook onbevestigd, in onderzoek, of actief betwist. Ten tweede is zekerheid niet altijd gedeeld: verschillende partijen kunnen op hetzelfde moment een verschillend oordeel hebben over de juistheid van dezelfde registratie.

(On)zekerheid werkt diep door in ketens of netwerken. Als een bedrijfsregel bij het afleiden van een resultaat steunt op een gegeven waaraan getwijfeld is, is immers ook dat resultaat onzeker. Als datzelfde resultaat door andere partijen in de keten gebruikt weer wordt gebruikt als basis voor eigen handelingen, kunnen weer nieuwe op onjuiste gronden gefundeerde resulaten ontstaan, enzovoorts.

Onttrekking

Onttrekking is het logisch ongedaan maken van een registratie in een overheidsregister, zonder dat de bijbehorende gegevens fysiek worden verwijderd.

In een betrouwbaar register verwijderen we geen gegevens die we mogelijk ooit hebben geleverd. Fysiek verwijderen levert op conceptueel niveau geschiedvervalsing op en breekt op functioneel niveau de garantie op de herhaalbare vraag. Om historische vastleggingen gegarandeerd te behouden, hanteren we voor het gevolgenjournaal en de leveringenstaat een append only-patroon: gegevens worden alleen toegevoegd, nooit overschreven of verwijderd.

Aanleidingen voor onttrekking

Om de reden voor het onttrekken van gegevens goed te begrijpen, is het eerst nodig om onderscheid aan te brengen tussen twee verschillende vormen van juistheid:

  1. Feitelijke juistheid verwijst naar de mate waarin geregistreerde gegevens een accurate weergave vormen van de fysieke, juridische of administratieve werkelijkheid die ze representeren.
  2. Systeemjuistheid verwijst naar de mate waarin het register gegevens verwerkt op de manier waarop wie die verwerking heeft gespecificeerd of bedoeld had, ongeacht of die gegevens zelf feitelijk juist waren.

Vervolgens kunnen we (tenminste) de volgende aanleidingen onderscheiden:

  • Feitelijk onjuiste gegevens aangeboden. Door verkeerde informatie, een vergissing of een technisch mankement zijn gegevens aan het register aangeboden die feitelijk onjuist zijn, op basis waarvan feitelijk onjuiste gevolgen en mogelijk feitelijk onjuiste projecties zijn geproduceerd.
  • Onjuiste verwerking geconstateerd. Door een gebrek aan systeemjuistheid zijn feitelijk juiste gegevens niet op de bedoelde manier verwerkt, waardoor feitelijk onjuiste gevolgen en/of projecties zijn geproduceerd.
  • Verzoek tot vergeten. Een burger heeft op basis van de Algemene verordening gegevensbescherming verzocht een feitelijk juiste registratie te laten verwijderen.
  • Bewaartermijn verlopen. De archiefwettelijke bewaartermijn voor een registratie is verstreken.
  • Nieuw begrip van feitelijke juistheid. Naar aanleiding van juridische of beleidsmatige heroverweging kunnen gegevens die eerder als feitelijk juist werden beschouwd niet langer als zodanig worden aangemerkt.
  • Ethische of maatschappelijke overweging. Het behouden van een feitelijk juiste registratie wordt op basis van ethische of maatschappelijke overwegingen als ongewenst beschouwd.

Gevolgen van onttrekking

Onttrokken gevolgen zijn niet langer beschikbaar voor 'normaal' gebruik. Onttrokken gevolgen worden niet meer getoond in standaardprocessen, rapportages of openbare inzage en zijn niet langer beschikbaar voor normaal gebruik door ambtenaren, burgers of geautomatiseerde systemen.

Bespiegeling: is onttrekking een gevolg?

De vraag is of onttrekking zelf als gevolg moet worden beschouwd. Het alternatief is onttrekking te behandelen als een abstract supertype - een op technisch niveau geïmplementeerd begrip dat in de administratieve praktijk verschijnt in herkenbaarder vormen zoals correctie, herstel, herroeping of vergeten in de context van het AVG-recht op vergetelheid.